Specialistische adviezen en tastbare oplossingen voor schoolleiders, bestuurders en toezichthouders
Ondersteuning door de huisjurist voor het christelijk onderwijs. Met juridische helpdesk voor snel en praktisch advies
Onderzoek, opleidingen en studiereizen op terrein van identiteit, governance en personeelsbeleid
2 februari 2012 - 15:23 | Ruim 200 bladzijden had minister Van Bijsterveldt nodig om de vele honderden vragen van de Tweede Kamerleden te beantwoorden. Daarmee is de schriftelijke beantwoording van het wetsvoorstel Passend Onderwijs afgerond. In de week van 5 maart vindt de mondelinge behandeling plaats. In de week daarvoor is er nog een rondetafelgesprek met deskundigen over juridische aspecten.
Herhaling
In de nieuwsbrief van vorige week gaven we aan dat de Tweede Kamerleden het wetsvoorstel zorgvuldig hadden bestudeerd en over vrijwel alle onderdelen een groot aantal vragen stelden. Het is dan ook bijna onmogelijk om een bondige samenvatting te geven van de volledige reactie van de minister. Daarin viel op dat die antwoorden niet altijd uitblonken door duidelijkheid. Vaak was het antwoord niet veel meer dan een herhaling van wat er in de Memorie van Toelichting staat.
Ook op de onderdelen waarvoor de Besturenraad in zijn brief aan de Tweede Kamer aandacht vroeg, heeft de minister gereageerd. Het gaat om meer ruimte voor het vormen van landelijke samenwerkingsverbanden, de mogelijkheid om kamers te vormen binnen een samenwerkingsverband, leerlingenvervoer, de positie van het denominatief speciaal onderwijs,de vrijheid in de keuze van het ondersteuningsprofiel, de geschillenbeslechting, de positie van de cluster 2 scholen en een geleidelijke invoering.
Twee maten?
De minister geeft aan dat er ruimte is voor de vorming van landelijke samenwerkingsverbanden naar richting. Die moeten wel aan bepaalde voorwaarden voldoen, maar daar spreken de antwoorden elkaar tegen. Op vragen van de CU-fractie over landelijke samenwerkingsverbanden naar richting zegt de minister dat zo’n samenwerkingsverband een dekkend en sluitend aanbod van voorzieningen moet hebben, óók voor de leerlingen in cluster 3 en 4. Elders zegt de minister dat het niet noodzakelijk is dat elk regionaal samenwerkingsverband een school voor cluster 3 of 4 heeft. Wordt hier met twee maten gemeten?
Kamers
De minister geeft aan dat er alle ruimte is voor de vorming van kamers binnen samenwerkingsverbanden. Een compleet overzicht ontbreekt, maar het is wel duidelijk dat die kamers er op diverse plaatsen gaan komen. Dat vereist overigens wel een goede verankering in de statuten van het samenwerkingsverband.
Leerlingenvervoer
Met de invoering van Passend Onderwijs geeft een plaatsing in het vso niet meer automatisch recht op leerlingenvervoer. Dat zal de gemeente per leerling moeten bekijken. De regering verwacht dat het beroep op het leerlingenvervoer zal afnemen.
Opheffing
Over de positie van het speciaal onderwijs zegt de minister dat elk samenwerkingsverband daar zelf afspraken over moet maken. Alleen het bestuur van de so-school gaat over de sluiting van de school, maar door het beleid van het samenwerkingsverband kan het aantal leerlingen zodanig teruglopen dat opheffing aan de orde is.
Ondersteuningsprofiel
Scholen stellen een ondersteuningsprofiel vast waarbij sprake is van adviesrecht van de MR. Ongeacht het ondersteuningsprofiel hebben scholen op basis van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte altijd de plicht om te onderzoeken of de school de ondersteuning zelf kan bieden. Het weigeren van een leerling kan dus niet louter op basis van het ondersteuningsprofiel.
Geschillenbeslechting
Op het punt van de geschillenbeslechting stelt de minster via een nota van wijziging voor dat er in de statuten van een samenwerkingsverband een voorziening voor de beslechting van geschillen moet staan.
Cluster 2
De cluster 2 scholen, verenigd in Siméa, hebben aangegeven dat zij vanwege hun geringe aantal scholen en specifieke expertise over willen gaan op de landelijke systematiek van cluster 1. Dat betekent dat er met instellingen moet worden gewerkt.
Geen gehoor
De regering vindt dat er met de huidige manier van invoering van Passend Onderwijs sprake is van een zorgvuldig proces en geeft geen gehoor aan de pleidooien voor een meer geleidelijke invoering.
Middelen Gemeentefonds
Overigens erkent de regering dat er in de afgelopen jaren omvangrijke middelen zijn toegevoegd aan het Gemeentefonds voor de onderwijshuisvesting getuige de volgende passage: “In de afgelopen jaren zijn er omvangrijke middelen toegevoegd aan het Gemeentefonds voor de onderwijshuisvesting. Dat geld is bedoeld om bestaande gebouwen uit te breiden en te moderniseren. Mocht er als gevolg van de invoering van passend onderwijs alsnog sprake zijn van gewijzigde of aanvullende huisvestingsvoorzieningen, dan beschikken de gemeenten over het budget om daar invulling aan te geven.”
Houttuinlaan 5b
3447 GM Woerden
Postbus 381
3440 AJ Woerden
Telefoon: 0348 74 44 44
Fax: 0348 41 14 56