Specialistische adviezen en tastbare oplossingen voor schoolleiders, bestuurders en toezichthouders
Ondersteuning door de huisjurist voor het christelijk onderwijs. Met juridische helpdesk voor snel en praktisch advies
Onderzoek, opleidingen en studiereizen op terrein van identiteit, governance en personeelsbeleid
2 februari 2012 - 15:21 | Ze bezocht zijn school omdat die de ‘beste van Nederland’ is. Rector Leen Kroos van csg De Lage Waard greep Van Bijsterveldts bezoek aan om zijn bezorgdheid over de relatie tussen ministerie en ‘het veld’ te uiten. Want de docent die zijn klas behandelt zoals de minister het onderwijsveld, ‘bezorgt zichzelf een nagenoeg onoplosbaar motivatieprobleem’.
Op bezoek
CSG De Lage Waard in Papendrecht is voor het vierde achtereenvolgende jaar de beste school van Nederland volgens De Beste Scholen-bijlage van Elsevier. Daarom bracht de onderwijsminister maandag jl. een bezoek aan de school. Het was leuk, vertelt Kroos, waarbij leerlingen de minister door de school leidden. “Ze was oprecht geïnteresseerd in de verhalen van de leerlingen. En die vonden het erg interessant dat de minister op bezoek was.”
Relatie docent-klas
Kroos waardeert het bezoek en is trots op de beoordeling door Elsevier. “Maar absoluut de ‘beste’ school? Wij pretenderen niet dat te zijn, noch precies te weten hoe ‘het’ moet.” Hij maakte dan ook van de gelegenheid gebruik om Van Bijsterveldt een brief te overhandigen waarin hij de wijze waarop zij de Nederlandse leraren benadert, vergelijkt met de relatie tussen een docent en zijn klas.
“Iedere docent weet dat er een relatie met de klas moet zijn voor je aan resultaat kunt werken”, schrijft Kroos. En hij vindt het pijnlijk om te zeggen, maar aan een authentieke en consistente opstelling “is het de afgelopen jaren in de relatie tussen overheid en onderwijs steeds meer gaan ontbreken”.
Onoplosbaar motivatieprobleem
Docenten “krijgen van hun minister te horen dat de kwaliteit van hun werk onvoldoende is en dat de lat omhoog moet”, schrijft Kroos de minister. “De docent die leerlingen zo benadert, bezorgt zichzelf een nagenoeg onoplosbaar motivatieprobleem.”
“Zo ervaar niet alleen ik het”, vertelt Kroos. “Ik hoor ook van docenten en collega’s dat het beleid van het ministerie demotiveert.”
Kroos schrijft in zijn brief: “De lat moet omhoog, zegt u. Maar wat nu als je niet over die lat kunt komen? Hoe bereik je dan een betekenisvolle plaats in de samenleving? Daaraan wordt in het onderwijs met veel energie en overtuiging gewerkt.”
Zorg voor samenhang
Waar Kroos eigenlijk om vraagt, is een heel andere attitude, iets waarmee de minister niet zo één, twee, drie op zijn brief kan reageren. “Natuurlijk is het moeilijk voor de minister. Maar wat zou een docent doen als hij zo’n relatie met een klas had? Ik zou om te beginnen wat aan de toon veranderen. En zorgen voor samenhang in wat je doet. Elk maatschappelijk probleem wordt nu de scholen in geslingerd en de spelregels worden tijdens de wedstrijd veranderd. De minister zou het advies van de commissie Dijsselbloem meer serieus moeten nemen.”
Kàn de minister wel anders? De Tweede Kamer is toch debet aan dat wisselende beleid? “Maar toch… minister Van Bijsterveldt zou haar rug vaker recht moeten houden. Soms tegen de Kamer zeggen: 'wat u nu wilt, ga ik niet doen'. Met een minister die staat voor de relatie met is zelfs een bezuinigingsronde misschien nog wel te overzien.”
Houttuinlaan 5b
3447 GM Woerden
Postbus 381
3440 AJ Woerden
Telefoon: 0348 74 44 44
Fax: 0348 41 14 56