Advies

Specialistische adviezen en tastbare oplossingen voor schoolleiders, bestuurders en toezichthouders

Advocaten & Juristen

Ondersteuning door de huisjurist voor het christelijk onderwijs. Met juridische helpdesk voor snel en praktisch advies

Academie

Onderzoek, opleidingen en studiereizen op terrein van identiteit, governance en personeelsbeleid

Niet ziek, wel uitgevallen: recht op loon?

15 mei 2011 - 15:37 | Het gebeurt geregeld dat een werknemer, nadat er een conflict is ontstaan met de werkgever, zich ziek meldt bij de werkgever. Het is dan aan de bedrijfsarts of de Arbodienst om te beoordelen of sprake is van ziekte. Als geen medische beperkingen van psychische of fysieke aard worden vastgesteld, is er geen sprake van ziekte in de zin van de wet. In dat geval kan de werknemer geen aanspraak maken op doorbetaling van zijn loon wegens ziekte.

Dit geval wordt wel aangeduid als situatieve arbeidsongeschiktheid.

In de literatuur en lagere rechtspraak van de afgelopen jaren werd veelal het standpunt ingenomen dat zo’n situatie in beginsel voor rekening van de werkgever behoort te komen. Hierbij werd dan verwezen naar artikel 7:628 Burgerlijk Wetboek. Dit artikel bepaalt dat een werknemer zijn recht op loon behoudt indien hij zijn werkzaamheden niet heeft verricht door een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever behoort te komen.

De Hoge Raad heeft zich in het arrest Mak/SGBO (LJN BC 7669) uitgesproken over de aanspraken op loon van een werknemer die geen medische beperkingen heeft maar toch - wegens het bestaande arbeidsconflict - niet kan werken. In dit geval meldde de werknemer zich ziek als gevolg van een conflict met de werkgever. De bedrijfsarts was van mening dat er geen sprake was van ziekte. De werknemer weigerde echter zijn werkzaamheden te hervatten.

Uit de visie van de Hoge Raad blijkt dat een werknemer, indien hij zijn aanspraak op loon bij situatieve arbeidsongeschiktheid wenst te behouden, feiten en omstandigheden moet aanvoeren en die aannemelijk moet maken als de werkgever ze betwist.

Hij moet aantonen dat:

  • de arbeidsomstandigheden zodanig zijn dat redelijkerwijs niet van de werknemer kan worden gevergd dat hij zijn werkzaamheden hervat
  • er sprake is van een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever komt
  • de werknemer alle medewerking verleent aan inspanningen die er op gericht zijn de oorzaak van de arbeidsongeschiktheid weg te nemen

Uit deze criteria blijkt dat bij ernstige tekortkomingen aan de zijde van de werkgever, de werknemer zijn aanspraak op loon behoudt. Men moet dan bijvoorbeeld denken aan een situatie waarin de arbeidsomstandigheden zodanig zijn dat bij werkhervatting psychische of lichamelijke klachten dreigen, en de werkgever hieraan onvoldoende wil doen.

De jurisprudentie van de Hoge Raad leidt er dan ook toe dat een situatieve arbeidsongeschikte werknemer niet in alle gevallen aanspraak heeft op loon. De Hoge Raad heeft overigens in een eerder arrest bepaald dat een werknemer niet bereid is tot het verrichten van de werkzaamheden, indien hij zijn werkhervatting afhankelijk stelt van aanvullende voorwaarden. In die situatie kan de werknemer eveneens geen aanspraak maken op doorbetaling van zijn loon.

De Hoge Raad komt de werknemer tegemoet door te overwegen dat uit de verplichtingen van goed werkgeverschap voortvloeit dat een werkgever verantwoordelijk is voor goede arbeidsomstandigheden,
zodat (her)uitval kan worden voorkomen. Als de werkgever heeft verzuimd met de werknemer te overleggen over de mogelijkheden om heruitval te voorkomen, en de werknemer valt vervolgens opnieuw uit wegens situatieve arbeidsongeschiktheid, dan is er een grote kans dat hij wel met succes aanspraak kan maken op doorbetaling van zijn loon.

mr. Marco De Vita