Advies

Specialistische adviezen en tastbare oplossingen voor schoolleiders, bestuurders en toezichthouders

Advocaten & Juristen

Ondersteuning door de huisjurist voor het christelijk onderwijs. Met juridische helpdesk voor snel en praktisch advies

Academie

Onderzoek, opleidingen en studiereizen op terrein van identiteit, governance en personeelsbeleid

Rechter geeft voorrang aan belang kinderen in schoolkeuze

10 september 2011 - 14:28 | Een man en een vrouw besloten na een aantal jaren een punt te zetten achter hun relatie. Voor de afwikkeling van de echtscheiding ging het paar, op instigatie van de rechtbank, in mediation. Dat resulteerde in een door beide partijen ondertekend ouderschapsplan ten behoeve van hun twee  dochters van vier en negen jaar oud. In dat plan was opgenomen dat vader en moeder gezamenlijk de keuze zouden maken voor een (type) school voor hun kinderen.

Het leek dus op papier goed geregeld, maar de vrouw bleek zich niet aan die afspraak te hebben gehouden. Zonder instemming van haar ex-man had ze haar oudste kind, toen de mediation nog liep, ingeschreven op een christelijke basisschool in Zeeland en recent had ze haar jongste dochter voor het komende schooljaar aangemeld.

De man maakte daar in een civiele procedure bij de rechtbank bezwaar tegen, zoals hij er al eerder bezwaar tegen maakte dat zijn ex-vrouw met haar nieuwe partner naar een 'christelijke' gemeente in Zeeland was verhuisd. In dat laatste geval gaf de rechtbank aan de vrouw vervangende toestemming om de verhuisplannen door te zetten.

Wat betreft de schoolkeuze vroeg de vader in een verzoekschrift aan de rechtbank om hém vervangende toestemming te geven, op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek. Hij voerde aan dat hij er veel moeite mee heeft dat zijn kinderen naar een christelijke basisschool gaan.

Als buitenkerkelijk kind is hij zelf opgegroeid in een christelijke omgeving en daar heeft hij slechte herinneringen aan. Hij wilde daarom dat zijn kinderen in hun nieuwe woonplaats naar een openbare basisschool zouden gaan. De man merkte daarbij op dat zijn kinderen, ten tijde van zijn relatie met de vrouw, niet-religieus zijn opgevoed.

De rechtbank wees het verzoek van de vader af. Op grond van het eerdergenoemde wetsartikel moet de rechter beslissen op een wijze die in het belang van de minderjarige kinderen is. Daarbij moet de huidige situatie tot uitgangspunt worden genomen, dus het gegeven dat het oudste kind ruim een jaar op de nieuwe school zit en dat het jongste kind al voorbereid is op een overstap naar diezelfde school.

Een scheiding is (ook) voor kinderen een aangrijpende gebeurtenis, en daarom is het van belang dat er ‘nu vooral rust en stabiliteit’ in hun leven komt. Een overstap van de christelijke naar de openbare school was daarom niet in het belang van de kinderen.

Het bezwaar van de vader tegen de christelijke identiteit van de school trof eveneens geen doel. De rechtbank woog in haar oordeel mee de wijze waarop de school uitvoering geeft aan haar christelijke identiteit en het feit dat op de school meer kinderen met een niet-christelijke achtergrond zitten.

Ook het argument van de vader dat de kwaliteit van het onderwijs op de openbare school beter zou zijn dan op de christelijke school bracht de rechtbank niet tot een ander oordeel, omdat niet is
gesteld noch is gebleken dat het onderwijs op de school van de kinderen niet aan de daaraan gestelde eisen zou voldoen.

De rechtbank wees het verzoek van de vader voor vervangende toestemming derhalve af en verleende de moeder de vervangende toestemming om ook haar jongste kind in te schrijven op de christelijke school.

Opgemerkt zij nog dat de man ook de handelwijze van de betrokken school in de procedure had willen inbrengen, omdat de directeur de moeder advies had gegeven. De rechtbank ging hier echter aan voorbij, omdat de school in het geding geen partij was.

mr. Willy de Waardt