Advies

Specialistische adviezen en tastbare oplossingen voor schoolleiders, bestuurders en toezichthouders

Advocaten & Juristen

Ondersteuning door de huisjurist voor het christelijk onderwijs. Met juridische helpdesk voor snel en praktisch advies

Academie

Onderzoek, opleidingen en studiereizen op terrein van identiteit, governance en personeelsbeleid

Uitspraak wijziging taakbeleid

9 februari 2012 - 13:51 | De directeur van een school wil op een van de twee locaties van een scholengemeenschap overgaan tot wijziging van het taakbeleid voor het cursusjaar 2009-2010. De bedoeling is 80 'vrije uren' van de 166 uren deskundigheidsbevordering over te hevelen naar het onderdeel 'niet lesgevende taken', als onderdeel van een eenvoudiger, compacter en meer betaalbaar taakbeleid.

Hij treedt hiertoe voor de zomervakantie in overleg met de personeelsgeleding van de deelraad van de mr (pdr), maar komt hiermee niet tot overeenstemming. Omdat handhaving van het huidige taakbeleid vlak voor de vakantie tal van negatieve effecten zal hebben op klassen, lessen, banen en vacatures laat de directeur het personeel weten dat in het nieuwe jaar toch wordt gestart met het nieuwe rooster bij wijze van proef. Na de vakantie stemt de pdr alsnog in met het nieuwe taakbeleid. Vervolgens wordt dit taakbeleid voorgelegd aan de medewerkers, maar het voorstel krijgt net geen 2/3de meerderheid.

Werkgever kan de ingezette taakverdeling lopende het schooljaar niet meer wijzigen. Hij neemt echter wel maatregelen.

Hij deelt het personeel en de bonden in december 2009 mee dat het taakbeleid voor 2008-2009 weer zal worden gehanteerd. De 80 vrije uren van de 166 uren deskundigheidsbevordering worden weer overgeheveld naar de niet lesgevende taken, zodat het onderwijzend personeel weer beschikt over de volledige 166 uren deskundigheidsbevordering. Echter het rooster op basis van het nieuwe taakbeleid en de nieuwe takenlijst blijven gehandhaafd. Lessen en taken blijven hetzelfde, maar door het terugdraaien gaan alle nlt-potten (niet-lesgevende taken) in hoogte omlaag en stromen daardoor over. Alsnog lesvrije eenheden uitgeven kan niet: daarom worden medewerkers gecompenseerd in tijd en in geld, in sommigen gevallen in het cursusjaar 2010-2011 door aanpassing van de aanstellingsomvang. De werkgever heeft 126.000 euro uitgegeven aan compensaties.

De centrales zijn hiermee niet tevreden.

Zij stellen dat werkgever willens en wetens in strijd met de bepalingen van de CAO het taakbeleid heeft gewijzigd. Zij zijn van mening dat medewerkers worden benadeeld door het hanteren van de nieuwe takenlijst op basis van het taakbeleid. De in het geding zijnde CAO bepalingen dienen ter bescherming van de belangen van de leden van de vakbonden en de overige werknemers van de school. De schade voor de vakbonden (zo vinden ze) bestaat uit het verlies van gezag, vertrouwen en prestige bij hun leden, het inboeten aan werfkracht bij het aantrekken van nieuwe leden en het feit dat gesalarieerd personeel van de bonden vele uren hebben besteed aan deze kwestie. De drie bonden (ACOP, CCOOP, en CMHF) eisen ieder 20.000, euro, alsmede een verklaring voor recht dat de school heeft gehandeld in strijd met art. 7.1.5 van de CAO VO.

Werkgever is het er mee eens dat het nieuwe taakbeleid een systeemwijziging inhield. Het nieuwe taakbeleid is daarom teruggedraaid toen het niet kon rekenen op een twee derde meerderheid van de medewerkers. Voor de takenlijst geldt dit niet. De takenlijst is een dynamisch onderdeel dat elk jaar na goedkeuring van de pdr wordt aangepast en niet leidt tot een systeemwijziging. De Centrales hebben aanvankelijk tegen de nieuwe takenlijst geen bezwaar gemaakt, maar zich later op het standpunt gesteld dat de nieuwe takenlijst evenmin geldig was. Werkgever voert aan zowel naar de letter als naar de geest van de CAO te hebben gehandeld. Het nieuwe taakbeleid is ingetrokken en er wordt gewerkt met de nieuwe takenlijst en compensatie voor het personeel dat door het nieuwe rooster is benadeeld. Dit is niet in strijd met de CAO. De takenlijst is geen onderdeel van het taakbeleid, maar een uitwerking daarvan en deze is in overeenstemming met de PDR gewijzigd. Werkgever handelt dus niet in strijd met de CAO.

De kantonrechter geeft de werkgever gelijk op het punt van de takenlijst. Voor wijziging van deze lijst was geen instemming van tweederde van de werknemers noodzakelijk. De takenlijst is wel een integraal onderdeel van het taakbeleid maar omdat de wijziging geen gevolgen had voor andere onderdelen van het taakbeleid was er geen sprake van wijziging van een systeem van het taakbeleid.
Echter werkgever heeft wel het nieuwe taakbeleid, maar niet het rooster teruggedraaid. Omdat de individuele nlt-potten gingen overstromen bij eenzelfde aantal lessen en taken, zijn medewerkers hiervoor gecompenseerd in tijd en geld. Dat roept wel de vraag op of dit niet toch een wijziging behelst van het taakbeleid in de zin van eerdergenoemd art 7.1 CAO VO.

De kantonrechter acht de bewoordingen van de CAO hier duidelijk. Werkgever kan niet overgaan tot het invoeren van een nieuw taakbeleid voordat werknemers deze met de vereiste instemming hebben goedgekeurd. Dat is hier niet gebeurd. Voorzover de werkgever mede bedoeld heeft te stellen dat door intrekking van het besluit formeel niet gesproken kan worden van een wijziging van het taakbeleid overweegt de kantonrechter dat naar de kennelijke strekking en de maatschappelijke betekenis van de gebruikte bewoordingen een feitelijke invoering ook in strijd is met art. 7.1. Nu het rooster niet is teruggedraaid moesten werknemers worden gecompenseerd omdat ze extra uren moesten maken. Dit is in strijd met art. 7.1. lid 2 dat stelt dat het taakbeleid gericht is op een evenwichtige spreiding van de aan de werknemer op te dragen werkzaamheden en werkdruk over het schooljaar. Compensatie in geld of tijd kan de overtreding van art. 7.1 niet ongedaan maken. Daarmee zou immers feitelijk een 'ongeldige' wijziging van het systeem van taakbeleid in stand kunnen worden gelaten en door de werkgever kunnen worden afgekocht.

De kantonrechter verklaart daarom voor recht dat de school heeft gehandeld in strijd met art. 7.1.5 van de CAO VO.

Betreffende de vordering tot schadevergoeding van de bonden overweegt de rechter dat het verlies aan gezag, vertrouwen en prestige en het inboeten aan werfkracht niet bijzonder groot is. Het nieuwe taakbeleid is immers door de werkgever ingetrokken en er is aan de medewerkers een compensatie betaald van 126.000 euro. Daar komt bij dat een belangrijk ingenomen standpunt van de centrales, dat de nieuwe takenlijst ook een instemming van tweederde van de werknemers vereist, door de kantonrechter is verworpen. Voorzover de centrales daardoor immateriële schade hebben geleden komt dat voor hun eigen risico. De kantonrechter weegt ook mee dat het feit dat geoordeeld is dat werkgever in strijd heeft gehandeld met art. 7.1.5 van de CAO ook een vorm van genoegdoening is voor de centrales. De centrales hebben wel veel overleg gevoerd met werkgever, hun leden en andere werknemers van werkgever over deze kwestie en de procedure moest worden voorbereid. De schade wordt daarom vastgesteld op 5000 euro per centrale.

Naar aanleiding van deze uitspraak gaf de school een reactie. Ze stuurden het onderstaande citaat uit de brief van CvB/directie aan het personeel:

We zijn blij dat er nu duidelijkheid is gekomen. We accepteren de conclusie van de kantonrechter dat we in strijd met artikel 7.1.5 van de CAO VO 2008-2010 hebben gehandeld. We zijn echter ook van mening dat ingrijpen in het rooster halverwege het schooljaar de school imago- schade zou hebben opgeleverd, nog los van de uitvoerbaarheid. Dit zijn wat de rechter noemt 'voor de school moverende redenen' om het rooster niet terug te draaien. Die redenen wogen voor ons zeer zwaar. De rechter is van mening dat we dat ons van te voren hadden moeten bedenken.

Op grond van de uitspraak van de kantonrechter stellen we vast dat de takenlijst en het systeem van taakbeleid niet onlosmakelijk zijn verbonden. Dit vormde wel het centrale punt waarover veel is gesproken en gecorrespondeerd. Eerlijk gezegd moeten we er niet aan denken, dat elke kleine wijziging van de takenlijst - of het nu de taak zelf of de omvang van de vergoeding ervoor is - steeds een tweederde goedkeuring van het personeel zou vragen. Dat maakt ons werk in feite onmogelijk.

We hopen dat met de uitspraak er een einde is gekomen aan een langslepende kwestie die van alle betrokkenen veel tijd en energie heeft gevraagd.

Ten slotte constateert de directeur dat, als reactie op het vonnis, de bonden van mening zijn dat de kantonrechter hen volledig in het gelijk heeft gesteld. Hij vindt die houding onbegrijpelijk.