Specialistische adviezen en tastbare oplossingen voor schoolleiders, bestuurders en toezichthouders
Ondersteuning door de huisjurist voor het christelijk onderwijs. Met juridische helpdesk voor snel en praktisch advies
Onderzoek, opleidingen en studiereizen op terrein van identiteit, governance en personeelsbeleid
9 juni 2011 - 10:49 | Het UWV heeft ten onrechte een werkloosheidsuitkering toegekend aan iemand die op tijdelijke basis op een school voor voortgezet onderwijs had gewerkt en aanbod tot verlenging van de arbeidsovereenkomst niet heeft geaccepteerd. Dat heeft de rechtbank in Leeuwarden bepaald in een zaak die door de werkgever tegen het UWV was aangespannen.
Volgens mr. Fenneke Scholten van Aschat, die als jurist bij de Besturenraad de werkgever in deze zaak bijstond, gaat het om een betekenisvolle uitspraak voor het hele voortgezet onderwijs. Het belang van de werkgever tegen het toekennen van een WW-uitkering aan de ex-werknemer is erin gelegen dat de werkgever 25 procent van de kosten van de uitkering (WW én bovenwettelijke uitkering) voor haar rekening moet nemen als het UWV de aanvraag honoreert.
De kwestie was als volgt. De betrokken werknemer had een tijdelijk dienstverband van een jaar bij de school. Het bestuur was tevreden over zijn functioneren en wilde hem na afloop van het tijdelijk contract een vast dienstverband aanbieden. De werknemer gaf echter aan daar niet voor te voelen en na afloop van het tijdelijk contract diende de werknemer een aanvraag voor een uitkering in bij het UWV.
In 2006 zijn de regels voor het toekennen van een WW-uitkering versoepeld en dat betekent globaal dat men in aanmerking kan komen voor een WW-uitkering, tenzij er sprake is van een dringende reden voor het ontslag of de werknemer het initiatief tot het beëindigen van de arbeidsovereenkomst heeft genomen. Omdat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt, geldt een mededeling van een werknemer dat hij de arbeidsovereenkomst niet wenst voort te zetten na afloop van de bepaalde tijd niet als een initiatief van de werknemer, zo redeneert het UWV. De instantie baseert zich op een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep uit 2009 en concludeert dat de betrokken persoon in aanmerking komt voor een uitkering.
Passende arbeid
Namens de werkgever is in beroep aangevoerd dat het UWV voorbij is gegaan aan een andere verplichting van de werknemer, namelijk om passende arbeid te aanvaarden. In de visie van de werkgever had het UWV de aanvraag voor een uitkering moeten afwijzen op grond van het feit dat de werknemer passende arbeid heeft geweigerd, namelijk een vaste baan in dezelfde functie op de betreffende school. Op basis van de uitspraak uit 2009 van de Centrale Raad van Beroep meende het UWV echter dat het criterium van passende arbeid hier niet relevant was en dat de man terecht aanspraak kon maken op een uitkering.
De rechtbank heeft de werkgever in het gelijk gesteld, de beschikking van het UWV vernietigd en de uitkeringsinstantie de opdracht gegeven een nieuw besluit te nemen. Het UWV kan nog in beroep gaan tegen de uitspraak bij de Centrale Raad voor Beroep.
mr. Fenneke Scholten van Aschat
Houttuinlaan 5b
3447 GM Woerden
Postbus 381
3440 AJ Woerden
Telefoon: 0348 74 44 44
Fax: 0348 41 14 56