![]() ![]() | ||||||||
|
Ontwikkelingen Dossiers Agenda Producten bestellen Producten downloaden Opleidingen Vliet Academie Consultancy Veelgestelde vragen |
Leerplichtige kinderen mochten niet naar IsraëlEen moeder die tijdens het schooljaar met haar minderjarige kinderen een maand naar Israël is geweest, handelde in strijd met de Leerplichtwet. De vrouw beriep er zich op dat het verblijf in Israël te maken had met het vervullen van religieuze plichten. Maar volgens de Raad van State, die de zaak in hoger beroep behandelde, kon de vrouw geen beroep doen op een uitzonderingsbepaling in de wet. Dit blijkt uit de uitspraak die op 23 december 2009 is gepubliceerd. In 2007 had de moeder bij de leerplichtambtenaar van de gemeente Bergen verzocht om extra schoolverlof van bijna een maand om met haar kinderen, die op de basisschool zaten, naar Israël te kunnen reizen. Ze deed dat verzoek op grond van artikel 11 van de Leerplichtwet, dat de mogelijkheid biedt om als ouder vrijgesteld te worden van de verplichting er voor te zorgen dat het eigen kind geregeld de school bezoekt. Die vrijstelling heeft o.a. betrekking op het vervullen van religieuze plichten of andere gewichtige omstandigheden. De leerplichtambtenaar van Bergen wees dat verzoek echter af omdat een schoolverlof voor een aaneengesloten periode van ongeveer dertig dagen niet onder artikel 11 van de Leerplichtwet valt. De rechtbank bevestigde deze opvatting van de ambtenaar, en ook de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State sloot zich hier bij aan. Volgens het hoogste rechtscollege blijkt uit de parlementaire geschiedenis van dit wetsartikel dat deze bepaling betrekking heeft op tijdelijke verhinderingen en dat het schoolverlof slechts voor een beperkt aantal dagen of schooltijden kan worden gegeven. Dat de moeder, zoals ze tijdens de behandeling van haar beroep aanvoerde, de kinderen tijdens hun verblijf in Israël onderwijs had gegeven, deed volgens de Raad van State niet ter zake. [laatst gewijzigd op 6-1-2010]
|
|||||||