Besturenraad - de vereniging van het christelijk onderwijs

Ontwikkelingen
Dossiers
Agenda
Producten bestellen
Producten downloaden
Opleidingen Vliet Academie
Consultancy
Veelgestelde vragen

Onderzoek naar scholen met veel reserves

De Onderwijsinspectie gaat dit jaar en in 2011 bij een kwart van alle instellingen in het primair en voortgezet onderwijs onderzoek doen naar de vraag waarom zij een hoge reserve hebben. Dat ze te veel geld achter de hand hebben is vastgesteld op basis van de signaleringsgrenzen die voortkomen uit het rapport van de Commissie Vermogensbeheer (Commissie Don).

Dat schrijven de staatssecretaris Dijksma en Van Bijsterveldt in een brief aan de Tweede Kamer. Onlangs zijn de financiële gegevens van het po en vo over het jaar 2008 beschikbaar gekomen. Op basis daarvan heeft OCW in beeld gebracht hoe de beide sectoren er in financieel opzicht voorstaan. In het po is een positief exploitatieresultaat geboekt van 60 miljoen euro, in het voorgezet onderwijs 70 miljoen euro. Het eigen vermogen is in beide sectoren gedaald met 1% in het po, en 8% in het vo.

Om te beoordelen of scholen niet onnodig een te grote financiële buffer aanhouden om mogelijke tegenvallers op te vangen wordt, op advies van de commissie Don, voortaan het kengetal Kapitalisatiefactor aangehouden. Dat komt er op neer dat er gekeken wordt naar het verband tussen de hoeveelheid geld die een school uittrekt voor het onderwijsproces, en de hoeveelheid inkomsten. Aan de hand van signaleringsgrenzen is vast te stellen hoe een school er voor staat.

Een eerste indruk van de bewindslieden is dat circa 55% van de po-instellingen en 65% van de vo-instellingen boven de signaleringsnorm van de commissie Don zit. Nader onderzoek door de inspectie moet uitwijzen wat hiervan de achtergrond is en of er inderdaad sprake is van buitensporig spaargedrag. Daarbij gaat de aandacht in eerste instantie uit naar ongeveer 400 scholen waarvan is geconstateerd dat die het meest de norm hebben overschreden of waarvan de onderwijskwaliteit te wensen overlaat, ondanks een hoog eigen vermogen.

Voor een overschrijding van de norm kunnen overigens goede redenen zijn. In haar beoordeling houdt de inspectie rekening met specifieke kenmerken van een instelling, en de omstandigheden die een rol spelen.

De commissie Don stelde eind 2009 in haar rapport over de vermogenspositie van het onderwijs vast dat voor alle sectoren het financiële beleid voor verbetering vatbaar is. Veel instellingen combineren een hoog eigen vermogen met hoge (gemiddelde) exploitatieoverschotten. Dat duidt op overmatige voorzichtigheid, constateerden de bewindslieden op OCW in november 2009 in een brief aan de Tweede Kamer.

[laatst gewijzigd op 28-1-2010]