Schoolleiders ervaren massaal wantrouwen politiekChristelijke schoolleiders uit verschillende onderwijsssectoren geven massaal aan dat het vertrouwen van de politiek in het onderwijs de laatste jaren sterk is afgenomen. Zij ervaren bemoeizucht, het opleggen van regels, (re)centralisatie, verantwoordingslast, nadruk op negatieve aspecten en ad-hocpolitiek. Dit blijkt uit een ledenpeiling van de Besturenraad waaraan 100 schoolleiders hebben meegedaan.
80% van de schoolleiders beweert dat het dagelijks werk belemmerd wordt door de verantwoordingslast. De Besturenraad roept politieke partijen op in hun verkiezingsprogramma's te pleiten voor meer vrijheid en autonomie voor scholen en rust in onderwijsland. Subsidiecircus
In het bijzonder speelt de toegenomen verantwoordingslast de scholen parten bij de doelsubsidies die zij kunnen ontvangen boven op de lumpsum. Aanvragen kosten veel tijd en de toekenning is onzeker. Er zijn scholen die maar niet meer aan de aanvraag beginnen, omdat de kosten niet opwegen tegen de baten. Op dit vlak is een belangrijke doelmatigheidsverbetering te realiseren. Vermindering van regelgeving en verantwoordingslast geeft een besparing bij scholen en bij toezichthoudende instanties. De Besturenraad stelt dat vermindering en overheveling naar de lumpsum van doelsubsidies gepaard kan gaan met een efficiëntiekorting. Vrijwel alle leden vinden het aanvaardbaar als bij overheveling van de circa 1 miljard euro doelsubsidies naar de lumpsum een korting wordt toegepast van circa 250 miljoen euro. Wij hebben onze leden ook drie andere concrete suggesties voorgelegd: - Vakcolleges
Een meerderheid vindt het wenselijk dat er meer vakcolleges worden ontwikkeld. Dit zijn scholen voor vmbo waar ook een mbo-kwalificatie kan worden behaald. Dit levert minder uitval op en kortere opleidingen door het wegnemen van programmatische dubbelingen. - Programmatische integratie van havo en vwo
Dit biedt leerlingen meer flexibele leerwegen en de mogelijkheid om in kortere tijd het vwo- diploma te behalen. Over dit voorstel zijn de respondenten echter sterk verdeeld. Wij moeten hieruit concluderen dat deze maatregel niet verplicht zou moeten worden opgelegd, maar dat vergroting van de experimenteerruimte op dit vlak wel denkbaar is. - Integratie kinderopvang en onderwijs
Een geïntegreerd aanbod van die twee heeft onder andere een gunstig effect op de doorlopende leerlijnen (ook in pedagogisch/didactische benadering) en draagt bij aan een effectievere preventie van (taal)achterstanden, scheelt vervoer van kinderen, vergroot de keuzevrijheid van ouders en kan ook de doelmatigheid en productiviteit vergroten.
Dit wordt door veel respondenten positief beoordeeld, met de kanttekening dat velen momenteel (te) veel hindernissen zien voor een realisatie hiervan. Met name de beperkingen voor het multifunctioneel gebruik van schoolgebouwen, de verschillende geldstromen met bijbehorende verantwoording voor onderwijs en opvang en de drie verschillende cao's die een rol spelen, maken het onaantrekkelijk om zowel onderwijs als opvang aan te bieden.
Deze hindernissen zouden dus weggenomen moeten worden om op dit vlak slagen te kunnen maken. Overigens komt duidelijk naar voren dat de leden vrij willen zijn in de beslissing over het al dan niet doen van een geïntegreerd aanbod.
Download [laatst gewijzigd op 11-3-2010]
|