Besturenraad - de vereniging van het christelijk onderwijs

Ontwikkelingen
Dossiers
Agenda
Producten bestellen
Producten downloaden
Opleidingen Vliet Academie
Consultancy

Een zesde van de studenten heeft functiebeperking

Van alle eerstejaars studenten aan hogeschool of universiteit heeft een zesde een functiebeperking. Dat zijn omgerekend ongeveer 26.000 studenten in het hoger onderwijs. Ongeveer de helft van deze groep voelt zich tijdens de studie gehinderd door de functiebeperking. Dit blijkt uit de jaarlijkse publicatie Kennis in Kaart waarin OCW cijfermatig een groot aantal aspecten van het hoger onderwijs belicht.

De beperkingen zijn zeer uiteenlopend, zoals bijvoorbeeld moeite met concentreren, dyslexie, slaapstoornissen, angst/paniekproblemen, autistisch spectrum, chronische ziekte en chronische vermoeidheid, beperkt of niet kunnen horen en zien en beperkt kunnen bewegen, enz. De meeste van de beperkingen waar studenten mee kampen zijn niet zichtbaar.

Het aantal studenten met een beperking is in het wetenschappelijk onderwijs met 14,7% lager dan in het hbo waar het percentage op 17,4% ligt. Voor een deel van de studenten is de beperking aanleiding om al in het eerste jaar met de studie te stoppen. Hbo'ers stoppen bijna twee keer vaker dan studenten met een beperking op de universiteit.

Een ander gegeven uit Kennis in Kaart is, dat het aantal mbo'ers dat is doorgestroomd naar het hbo iets is gedaald van 67% in 2007 naar 64% in 2008. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen studenten die direct na het behalen van hun mbo-diploma verder gaan met een studie aan een hogeschool, en studenten die pas enkele jaren later die stap zetten (de indirecte stroom).

De verdeling naar herkomst van de eerstejaars in het hbo is al enkele jaren vrij stabiel. Het grootste deel (37%) komt van het havo, ongeveer een kwart komt van het mbo. Ruim een vijfde van de eerstejaars in het hbo met een mbo-diploma haakt af.

[laatst gewijzigd op 27-1-2010]